In de periode tussen de Eerste Wereldoorlog en Hitlers machtsovername in 1933 verbleef Albert Einstein bijnajaarlijks in Leiden. Hij logeerde er in het huis van zijn boezemvriend Paul Ehrenfest en diens Russische echtgenote Tatiana Afanassjewa. De eerste was hoogleraar theoretische fysica, de laatste had in Sint Petersburg wis- en natuurkundegestudeerd. In de het eerste en aan het begin van het tweede decennium van de twintigste eeuw publiceerden Ehrenfest en zijn vrouw deels ook samen artikelen. Daarnaast verdiepte Afanassjewa zich hoofdzakelijk in twee zaken: het wiskundeonderwijs en de thermodynamica ofwel warmteleer. Ze had sterke principes en een onafhankelijk karakter. Wekte Einstein soms de neiging om vrouwen niet al te serieus te nemen – om Tatiana Afanassjewa kon hij niet heen.

Het Ehrenfest-archief van Rijksmuseum Boerhaave bevat diverse brieven van Einstein. Behalve de intieme briefwisseling die hij met Paul  voerde, bevatten de archiefdozen ook correspondentie met Afanassjewa. Een deel daarvan dateert van na Ehrenfests dramatische zelfmoord in 1933. Zelfs na de Tweede Wereldoorlog werd de communicatie weer hervat. Wetenschapsjournalist Margriet van der Heijden, die aan dubbelbiografie van Paul Ehrenfest en Tatiana Afanassjewa werkt, stuitte onlangs tijdens haar onderzoek in het Ehrenfest-archief op correspondentie die nog niet eerder door historici is beschreven. In een drietal brieven geeft Einstein onder meer commentaar op het manuscript voor een boek over thermodynamica van Tatiana. In de NRC van zaterdag 2 februari gaat Van der Heijden verder in op de correspondentie.

Een ouder artikel dat Margriet van der Heijden schreef over Afanassjewa en Einstein is hier te vinden.

Zoek op